Marokko heeft iets wat weinig landen hebben: het vermogen om je compleet te laten verdwijnen. Zodra je de medina van Marrakech in loopt, ben je de weg kwijt. Letterlijk — de steegjes kronkelen en vertakken zonder logica. Maar ook figuurlijk: je bent zo volledig ondergedompeld in kleuren, geuren, klanken en drukte dat je even vergeet waar je vandaan komt.
Marrakech — verloren in de medina
We checken in een riad in het hart van de medina. Van buiten: een versleten houten deur in een okerkleurige muur. Van binnen: een binnenplaats met een fontein, bougainville, mozaïektegels en een rust die haaks staat op de kakofonie buiten. Zo werkt Marrakech. Alles verbergt zich achter façades.
De Djemaa el-Fna transformeert na zonsondergang in een gigantisch openluchtrestaurant. Tientallen kraampjes met gegrild vlees, couscous, harira soep en gegrilde maïs vullen het plein. Slangenbezweerders, acrobaten, verhalenvertellers — het plein is een theater dat zichzelf elke avond opnieuw uitvindt.
De Sahara bij nacht is de donkerste plek die ik ooit heb gezien. En daardoor de helderste: de Melkweg hangt zo dicht boven je dat je hem bijna kunt aanraken.
De Sahara — stilte op grote schaal
De rit van Marrakech naar Merzouga duurt negen uur maar elk uur is het anders. Het Atlasgebergte (sneeuw in april), dan de rode aarde van het zuiden, dan palm-oases, dan de eerste oranje duinen aan de horizon. Erg Chebbi stijgt plotseling op uit het vlakke land — 150 meter hoge duinen die bij elke stand van het licht een andere kleur hebben.
We slapen in een Berber-kamp. Geen elektriciteit, geen signaal. 's Avonds vertelt onze gids Mohammed over zijn jeugd in de woestijn terwijl het kampvuur knettert. Boven ons: meer sterren dan ik dacht dat er bestonden.