Jordanië is het meest verrassende land van het Midden-Oosten. Je verwacht dorre woestijn en indrukwekkende oudheden — en je krijgt ze. Maar je verwacht niet hoe warm, veilig en ongelooflijk gastvrij het is. Jordaniers nodigen je uit voor thee, voor lunch, voor een nacht bij de familie. En weigeren is beledigend.
Petra — roze zandsteen en 2000 jaar geschiedenis
We staan om 6:10 bij de ingang van Petra. Een wachtrij van misschien twintig mensen. De zon is net op. We lopen de Siq in — een 1,2 km lange kloof die zich kronkelt door roze en oranje zandsteen, steeds smaller, steeds hoger. Dan, om een laatste bocht: de Schatkamer.
De Khazneh is 40 meter hoog. Het roze zandsteen gloeit in het vroege licht. Er zijn weinig momenten in het reizen waarbij je letterlijk stilvalt — dit is er een van. We staan tien minuten te kijken zonder te praten.
Slapen in Wadi Rum onder een hemel zo vol sterren dat het bijna niet echt lijkt — dit is waarom je reist. Niet voor de foto, maar voor het gevoel.
Wadi Rum — Mars op aarde
Wadi Rum is rood. Niet oranje zoals de Sahara, maar rood — een dieprode kleur die bij zonsondergang verandert in paars en donkerbruin. Gigantische zandsteen en granieten rotsmassiva rijzen op uit de vlakte. We rijden er in een open jeep doorheen en het voelt als sciencefiction.
's Nachts slaap ik buiten op het dak van het Bedouin-kamp. Er is geen lichtpollutie. De Melkweg is zo helder en dichtbij dat het haast onecht is. Om 03:00 word ik wakker van het geluid van een kameel. Boven me: miljarden sterren.