Namibië is voor mij het meest indrukwekkende land dat ik heb bezocht. 3 miljoen mensen op een oppervlak 4x zo groot als Duitsland. Je kunt uren rijden zonder een ander voertuig te zien. De stilte heeft een eigen geluid. En dan de kleuren — de rode duinen van Sossusvlei, de witte vlakte van Deadvlei, de groen-gele savannen van Etosha bij zonsopgang.
Sossusvlei — de mooiste zonsopgang van mijn leven
We vertrekken om 04:30 vanuit ons kamp. Het is donker en koud — de Namibische nacht kan vriezend zijn, ook in de woestijn. We rijden naar het poortje van Sossusvlei Nationaal Park dat precies bij zonsopgang opengaat. De wachtrij is kort. We parkeren bij Duin 45 en beginnen te klimmen.
De duin is 170 meter hoog. Na 30 minuten stijgen staan we boven op de kamt. De zon komt op. De duinen gaan van donkergrijs naar paars naar oranje naar gloeiend rood. Er is niemand naast ons. Het is zo stil dat je je eigen hartslag hoort.
Deadvlei is zo surrealistisch dat je eerste reactie is te denken dat het een schilderij is. Duizend jaar oude verdroogde bomen op een witte klei-vlakte, omgeven door oranje duinen. Het lijkt nep maar is puur natuur.
Etosha — safari zonder de massa's
Etosha Nationaal Park is anders dan de grote Afrikaanse safari-gebieden. Het park is gebouwd rondom een gigantische zoutpan — bij droog seizoen komen alle dieren naar de waterpoelen aan de rand van de pan. Je hoeft niet te zoeken: je parkeert bij een waterpoel en wacht. De dieren komen naar jou.
Bij de verlichte waterpoel van Okaukuejo staan we 's nachts een uur te kijken naar een groep olifanten die drinken in het schijnsel van schijnwerpers. Twee leeuwinnen lopen langs. Een zwarte neushoorn — bijna uitgestorven — staat op 40 meter.