Australië is niet één land — het zijn tien landen in één. De rode outback van het Northern Territory heeft niets te maken met het tropische groen van Queensland, dat op zijn beurt niets lijkt op de grijze steden van het zuiden. Ik woonde er een jaar. Werkte op een boerderij om mijn visum te verlengen, woonde in een campervan, sliep onder de sterren in het National Park. En ik heb nog steeds het gevoel dat ik maar een fractie van het land heb gezien.
Uluru — het middelpunt van het continent
Uluru staat midden in de outback, omgeven door niks dan platte roodbruine vlakte. Je ziet hem van verre aankomen — maar pas als je er voor staat begrijp je hoe groot hij is. 348 meter hoog, 9,4 km in omtrek. En hij verandert voortdurend van kleur als het licht verandert.
We staan bij het zonsopgang-uitkijkpunt. De rots gaat van donkerpaars naar gloeiend oranje naar rood in het bestek van 20 minuten. Het is zo schoon en zo stil dat je het gevoel hebt dat je iets heiligs bijwoont — en dat klopt: Uluru is het heiligste punt van de Anangu Aboriginals.
12 maanden in Australië en toch het gevoel dat je pas bent begonnen. Het land is zo groot dat het bescheidenheid afdwingt — je bent altijd maar een stip op een oneindige kaart.
Great Ocean Road — kliffen en zee
De Great Ocean Road is 240km kust. We rijden hem in twee dagen van oost naar west voor het beste licht. De kliffen rijzen recht omhoog uit de Zuidelijke Oceaan en bij de Twelve Apostles zijn de zuilen zo imposant dat je even stilvalt. Acht zijn er nog over — de rest is in de oceaan gestort. De oceaan wint altijd.
In Apollo Bay eten we fish and chips op het strand met kraaienvogels die wachten op een kans. De zon zakt achter de zee. De lucht kleurt roze en oranje. Dit is de reden waarom mensen een campervan kopen.