Vietnam is het meest waarde-voor-geld land van Azië. En ook een van de mooiste. Lang, smal en gevarieerd — elk deel van het land heeft een eigen karakter. Het noorden is groen en mistig, vol kalkstenen pieken en rijstterrassen. Het centrum is historisch en koloniaal. Het zuiden is druk, modern en tropisch. En overal: eten voor €1–2 dat beter is dan in de meeste Europese restaurants.
Hanoi — chaos met karakter
Hanoi is een stad die je óf direct aantrekt óf compleet van zich afstoot. Er is geen middenweg. De trottoirs zijn vol scooters, de lucht ruikt naar uitlaatgassen en gegrild vlees tegelijk, en de verkeersregels lijken meer suggestie dan wet. En toch werkt het. De truc om over te steken: loop langzaam en constant, stop nooit, en de scooters rijden om je heen.
We beginnen op Bia Hoi Corner — de kruising in het Oude Kwartier waar bier 20 eurocent kost en je op plastic krukjes zit. Hanoi bij nacht is levendiger dan overdag, als de handelaren en toeristen hun plek innemen op de trottoirs.
Wakker worden op een overnachtingscruise in Ha Long Bay, mist over het water, kalksteenrotsen die langzaam opdoemen — dit is het beeld waarvoor je naar Vietnam vliegt.
Hội An — het mooiste stadje van Azië
Hội An is wat je krijgt als een oude handelsstad 400 jaar lang vrijwel ongemoeid wordt gelaten: smalle straten van gele gevels, lantaarns die 's avonds het licht weerkaatsen op het water van de Thu Bồn rivier, en eten dat op elke hoek anders en even goed is. De Japanse overdekte brug is 400 jaar oud en staat nog steeds.
We laten kleding op maat maken bij een kleermaker — 24 uur levertijd, €15–40 per stuk. Ik bestel een overhemd en een broek. Ze passen perfect.