Thailand is het land dat voor de meeste mensen de eerste Aziatische reis is — en terecht. Het is warm, veilig, goedkoop, ongelooflijk lekker en prachtig. Bangkok is een kakofonie van tuktuk-getoeter en tempelgongs. Chiang Mai is een getemde stad in de groene heuvels. En de eilanden in het zuiden zijn wat je ziet als je eyes closed denkt aan 'tropisch paradijs'.
Bangkok — de meest intense stad van Azië
Bangkok overweldigt. Het is groot, het is druk, het is heet en het stinkt soms naar uitlaatgassen en durian. En toch vind je het prachtig. De Wat Phra Kaew — de Tempel van de Smaragden Boeddha — is zo gedetailleerd versierd dat je minuten nodig hebt om de lagen te doorgronden. De gouden stoepa's glinsteren in het tropische licht.
's Nachts verandert Bangkok in iets anders. De tuktuk-chauffeurs bieden je "ping-pong show" aan elke hoek. Khao San Road bruist van backpackers die goedkoop bier drinken. Maar loop je 10 minuten van Khao San, dan zit je in verlaten steegjes met lokale theedrinkers en straatkatten.
De sunrise bij Wat Phra That Doi Suthep boven Chiang Mai: mistige vallei, gouden tempel, de eerste zonnestralen door de bomen. Dit is het Thailand dat de meeste toeristen nooit zien.
Koh Tao — duiken voor beginners en gevorderden
Koh Tao is het beste eiland voor duiken in Zuidoost-Azië. Een PADI Open Water cursus hier kost €150–200 inclusief materiaal — in Europa betaal je €400+. Het koraal is relatief gezond, het water is helder en de diversiteit aan zeeleven is indrukwekkend: witte neushaaien, zeeschildpadden, murenen, kleurrijke rifvissen.
We duiken vier dagen. Op dag twee zien we een whaleshark — een 6 meter lang, volledig onschadelijk dier dat als een langzame submarine voorbij zweeft. Niemand zegt iets. We kijken alleen.